U heeft nog niets in uw winkelwagen
Outlet
Your browser's Javascript functionality is turned off. Please turn it on so that you can experience the full capabilities of this site.
Het is midden in de nacht. Ik loop op blote voeten, met alleen een T-shirt en onderbroek aan m’n lijf, door de jungle. De smalle paadjes die van mijn huisje naar het hoofdgebouw van de safarilodge leiden, zijn volmaakt donker. Het lampje van mijn telefoon, dat ik een beetje van links naar rechts beweeg, is het enige licht dat er is. Drie minuten daarvoor ben ik nog in een diepe slaap als ik langzaam wakker word van een rare sensatie. Ik voel iets branderigs, of nee, eerder iets kriebeligs. Stukjes stucwerk die omlaag vallen, schiet het door mijn hoofd, of zijn het druppels? Mijn kamer is aardedonker en ik snap niet wat er aan de hand is. Ik tast wat om me heen en voel toch echt dingetjes. Er zitten ook dingetjes in mijn haar. In recordtempo schiet ik van diepe slaap naar klaarwakker.
Ik vind redelijk snel mijn telefoon naast me en klik het lampje aan. Het zijn mieren. Mijn kussen is één groot mierennest. Het zijn er geen tien of honderd, maar honderden. Het ziet zwart van de mieren. Ik vlieg omhoog, sta nu op mijn bed, nog wel steeds onder de klamboe, en schijn met het lampje over de rest van het bed: nog meer mieren, duizenden! Een bed van mieren; ik bedenk me dat dat best wel een mooie titel is voor mijn eerste literaire roman, maar ook dat dat nu geen prioriteit heeft. De mieren bijten me overal. Terwijl mijn lijf zwiepende en huppelende bewegingen maakt, probeer ik mezelf miervrij te maken. Het instinct biedt in dit soort situaties twee mogelijke reacties: fight or flight. Modern als ik ben, kies ik toch voor optie drie: foto maken! Toen vorig jaar in Oman mijn hand één groot speldenkussen was nadat ik in een stekelstruik was gevallen, was ik dat vergeten. Ik heb me daarna voorgenomen dat, hoe groot de ellende ook is, ik voortaan eerst foto’s maak en dan pas ga handelen.
Dus terwijl de mieren mijn benen volop te grazen nemen, sta ik al springend en vloekend foto’s te maken van het bed waar ik op sta. Als dat klaar is, begin ik aan mijn vluchtplan. Ik draai mijn lampje de kamer in en zie dat ook het witte nylon van de klamboe zwart ziet van de mieren. Een gordijn van mieren… Klinkt ook wel literair, maar een bed van mieren heeft nog steeds de voorkeur. Zo’n klamboe sluit als twee gordijnen die over een lengte van een halve meter over elkaar heen vallen. Om eruit te komen moet je die uit elkaar schuiven en erdoor glippen. Normaal gesproken geen probleem, maar nu levert het gegarandeerd een mierendouche op. Ik beschijn alle vier de zijdes van de klamboe, kies het stuk waar ik de minste mieren zie en vlieg eruit alsof ik door de vlammen heen een brandend huis ontvlucht.
De nachtmerrie is dan nog niet voorbij. Als ik naast mijn bed sta, voel ik nog steeds mieren, maar ik heb mijn lenzen niet in. Op het witte laken zag ik ze duidelijk lopen, nu zie ik eigenlijk niks. Terwijl ik nog steeds een soort volksdansje sta uit te voeren, ik denk dat het het meest in de buurt komt van de Schuhplattler*, een traditionele dans uit de Oostenrijkse alpen waarbij deelnemers ritmisch op dijen, knieën en schoenzolen slaan, buig ik me naar de vloer en verlicht de houten planken. De vloer is net zo bezaaid met mieren als het bed. De enige ruimte waar ik nog naartoe kan vluchten, is de badkamer. Ik spring er naar binnen, buig me diep voorover en zie met mijn bijziende hoofd op 40 cm boven de vloer hoe het lampje van mijn telefoon ook daar honderden mieren uitlicht.
Dan maar naar buiten. Ik vlieg de deur uit en zie dat zelfs buiten het huisje een mierenleger rond marcheert. Pas op vier meter van de voordeur ben ik veilig. In het pikkedonker sta ik daar, nog steeds redelijk fanatiek, en toch ook wel wat mopperend de mieren van me af te vegen en uit mijn haar te slaan. Ik besluit naar het hoofdgebouwtje te lopen in de hoop dat er een nachtwaker is. Als ik er aankom, is het licht aan, maar ik zie niemand. Dat is vooral omdat ik mijn lenzen niet in heb, want als ik hard ‘hallo’ zeg, zegt er op drie meter afstand iemand ‘hallo’ terug. Ik doe mijn verhaal, maar de man komt pas in beweging als ik de foto’s laat zien. Hier! Zie je wel, foto’s heb je nodig! De man gaat op zoek naar een sleutel voor een ander huisje en loopt met me mee om mijn spullen te verzamelen.
De mieren zijn er nog steeds. De nachtwaker grijpt al volksdansend mijn spullen bij elkaar en gaat me voor naar mijn nieuwe huisje. Een kwartier nadat ik wakker werd, lig ik in een nieuw bed. Ik heb alleen wat moeite met terug in slaap vallen. Om wat tot rust te komen, wil ik een podcastje opzetten. Maar, mijn oordoppen, die liggen nog op het nachtkastje van het andere huisje. Lastig. Ik kan ze morgenvroeg ophalen, maar misschien is de schoonmaker dan al geweest en is het een hoop gedoe om ze terug te krijgen. Ik spring uit bed en loop voor de tweede keer de donkere nacht in.
De mieren zijn zich in dikke zwarte sporen aan het terugtrekken en de dopjes liggen waar ik hoopte dat ze zouden liggen. Ik loop snel weer terug, alleen… waar staat mijn nieuwe huisje ook alweer? Ik heb niet echt opgelet toen ik achter de nachtwaker aanliep. Ik herinner me alleen dat het een flink stuk lopen is. De smalle paadjes in de dichte begroeiing lijken allemaal op elkaar, zeker in het donker. Op de grond staan kleine handgeschreven bordjes met de namen van de verschillende huisjes, maar de pijlen komen niet overeen met de richtingen die de paadjes op gaan. Achter me hoor ik apengeluiden. ’S ochtends waren we gewaarschuwd: Houd alle ramen en deuren van je lodge gesloten, want er zitten hier bavianen en die zijn knettergek. Als ze je huisje in kunnen, slopen ze álles. Het geluid komt steeds dichterbij, ze zijn ruzie aan het maken daar in de bosjes, of ze zijn op jacht ofzo. Het is een kwestie van meters. De apen klinken boos en opgewonden. Ik ben niet persé bang aangelegd, maar ik voelde toch, voor de tweede keer die avond, een ‘fight or flight’ situatie ontstaan. Als een kleuter die midden in een doolhof naar de WC moet ren ik met mijn zaklampje al nondejuënd junglepaadjes in en uit tot ik helemaal aan de rand van het terrein het goede huisje vind. De slaap is die nacht niet meer echt gekomen.
Op reis voor onze campagneshoot maken we van alles mee. De campagne foto’s zien er altijd supernetjes uit, de realiteit is vaak anders... Hieronder staan wat snapshots die we tijdens de reis maakten. Als je erop klikt, lees je wat er precies te zien is.
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen voor:
Om u beter en persoonlijker te helpen, gebruiken wij cookies en vergelijkbare technieken. Naast noodzakelijke cookies, waardoor de website goed werkt, plaatsen we ook functionele en analytische cookies om onze website elke dag weer een beetje beter te maken. Ook plaatsen we marketing cookies zodat wij en derde partijen uw internetgedrag kunnen volgen en persoonlijke content kunnen laten zien. Klik op 'accepteer' om alle cookies te accepteren. Bij 'voorkeuren aanpassen' kunt u meer lezen over de cookies en deze eventueel uitschakelen. Voor een overzicht van alle cookies die wij gebruiken leest u onze cookieverklaring.